REGLEMENT SANCTIONERINGSBELEID ROTTERDAM AIRPORT
Rotterdam Airport exploiteert het luchtvaartterrein Rotterdam, zoals aangewezen conform artikel 18 van de Luchtvaartwet.
In het kader van genoemde exploitatie streeft Rotterdam Airport naar een zo hoog mogelijk niveau van veiligheid en kwaliteit van dienstverlening, terwijl zij in het kader van die exploitatie van al haar medewerkers en voor die exploitatie ingeschakelde derden eveneens een hoog niveau van veiligheid en kwaliteit van dienstverlening verlangt. Dit geldt eveneens voor al diegenen, die in het kader van de exploitatie van de luchthaven in de ruimste zin des woords in dienst zijn van anderen dan Rotterdam Airport of aan haar gelieerde ondernemingen en zich in het kader van hun beroepsuitoefening of anderszins op het luchtvaartterrein bevinden. Zulks geldt temeer voor degenen die zich in het kader van hun beroepsuitoefening of anderszins bevinden op die gedeelten van het luchtvaartterrein, die niet toegankelijk zijn voor het publiek.
In dit reglement worden nadere sancties aangegeven voor degenen, die enige toepasselijke bepaling, gegeven in wetgeving of aanvullende regelgeving overtreden.
In dit kader wordt onder meer verwezen naar artikel 28 Algemeen Luchthavenreglement (ALR) en artikel 5 Aanvullend Luchthavenreglement Rotterdam (ALRR). De meest vergaande sanctie is in laatstgenoemd artikel gegeven, zijnde het recht van de Exploitant of namens deze de havenmeester of de duty manager operations (thans genaamd: shiftleader operations), personen die zich niet aan de bepalingen van het Aanvullend Luchthavenreglement Rotterdam houden van het luchtvaartterrein te verwijderen of te laten verwijderen, dan wel zaken die in strijd met de bepalingen van dat reglement zich op het luchtvaartterrein bevinden te verwijderen of te laten verwijderen van het luchtvaartterrein.
Verwezen wordt voorts naar hoofdstuk VI van de Luchtvaartwet (strafbepalingen), artikel 166 van de Regeling Toezicht Luchtvaart (RTL) (strafbepalingen), de verbodsbepalingen gegeven in het ALR en artikel 31 van het ALRR (strafbepalingen). Voorts wordt verwezen naar artikel XI (sancties) van het Huishoudelijk Reglement Rotterdam Airport.
Hoewel Rotterdam Airport iedere overtreding van een toepasselijke bepaling ontoelaatbaar vindt, meent zij tevens, dat niet iedere overtreding verwijdering van het luchtvaartterrein op grond van artikel 5 ALRR rechtvaardigt, doch tegelijkertijd behoudt Rotterdam Airport zich het recht voor van die bevoegdheid te allen tijde gebruik te maken, indien de Exploitant meent, dat zulks gerechtvaardigd is in het specifieke geval. Rotterdam Airport meent tevens, dat onder omstandigheden verwijdering van het luchtvaartterrein een te vergaande maatregel kan zijn en dat nadere maatregelen genomen moeten worden bij overtredingen, die niet terstond verwijdering van het luchtvaartterrein rechtvaardigen. Daartoe heeft Rotterdam Airport het navolgende sanctioneringreglement opgesteld.
Artikel 1
Dit reglement is van toepassing op een ieder die in het bezit is van een Rotterdam Airportpas.
Artikel 2
Overtredingen van enige wettelijke bepaling of enige bepaling, die door of namens de Exploitant is gegeven, worden gesanctioneerd.
Artikel 3
Overtredingen worden onderverdeeld in categorieën, zoals neergelegd in de bijlage 1 bij dit reglement, die aan dit reglement is gehecht.
Artikel 4
De Exploitant kan de categorie indeling zoals gegeven in bijlage 1 steeds wijzigen. De persoon die zich op het luchtvaartterrein bevindt dient zich steeds te vergewissen van de meest recente inhoud van deze bijlage.
Artikel 5
Overtredingen van bepalingen, gegeven in categorie I worden gesanctioneerd met een mondelinge waarschuwing, die gedurende een periode van één jaar wordt geregistreerd in de database van de Exploitant.
Artikel 6
Overtredingen van categorie II worden gesanctioneerd met een schriftelijke waarschuwing, die gedurende een periode van één jaar wordt geregistreerd in de database van de Exploitant. Een kopie van de schriftelijke waarschuwing wordt binnen twee weken na de overtreding aan de werkgever van de overtreder gestuurd en de betreffende werkgever wordt verzocht maatregelen te nemen om een volgende overtreding te voorkomen en Rotterdam Airport binnen twee weken over die maatregelen te informeren.
Artikel 7
Overtredingen van categorie III worden gesanctioneerd met een schriftelijke waarschuwing, die gedurende een periode van één jaar wordt geregistreerd in de database van de Exploitant. Een kopie van de schriftelijke waarschuwing wordt binnen twee weken na de overtreding aan de werkgever van de overtreder gestuurd en de betreffende werkgever wordt verzocht maatregelen te nemen om een volgende overtreding te voorkomen en Rotterdam Airport binnen twee weken over die maatregelen te informeren. De overtreder dient binnen twee weken na de overtreding de Platform Veiligheidstest opnieuw af te leggen. Indien de overtreder niet binnen die periode de Platform Veiligheidstest met positief resultaat heeft afgelegd, wordt de Rotterdam Airportpas van de overtreder terstond ingetrokken c.q. geblokkeerd en dient de overtreder binnen 72 uur genoemde pas in te leveren bij de shiftleader operations. Eerst na overleg met de werkgever van de overtreder wordt nader door Rotterdam Airport bezien of en onder welke voorwaarden de Rotterdam Airportpas aan de overtreder wordt geretourneerd.
Artikel 8
Overtredingen van categorie IV worden gesanctioneerd met het terstond intrekken c.q. blokkeren van de Rotterdam Airportpas, hetgeen gedurende een periode van één jaar wordt geregistreerd in de database van de Exploitant. De werkgever van de overtreder wordt terstond telefonisch over de overtreding en het intrekken van de Rotterdam Airportpas ingelicht. De overtreder dient zich uiterlijk binnen 72 uur tezamen met diens leidinggevende te melden bij de operationeel manager en/of de airside safety coördinator. De overtreder wordt binnen twee weken, eventueel in aanwezigheid van zijn leidinggevende door de sanctioneringscommissie gehoord. De sanctioneringscommissie bepaalt de definitieve periode, gedurende welke aan de overtreder de toegang tot het beveiligde gebied wordt ontzegd en deelt dit terstond telefonisch aan de werkgever van de overtreder mede, waarna zo spoedig mogelijk een schriftelijke bevestiging daarvan aan de overtreder en zijn werkgever volgt. De periode van ontzegging zal variëren tussen twee weken en twaalf maanden. Een nieuwe pas kan eerst aan de overtreder worden verstrekt na het met succes afleggen van een nieuwe Platform Veiligheidstest na afloop van de periode van ontzegging van de toegang tot het beveiligde gebied. De opgelegde sanctie wordt gedurende een periode van één jaar geregistreerd in de database van de Exploitant.
Artikel 9
Een overtreding binnen een jaar nadat eerder een overtreding in dezelfde categorie is geconstateerd wordt beschouwd als een overtreding in een volgende categorie en ook als zodanig gesanctioneerd.
Artikel 10
Een derde overtreding binnen een jaar van categorie I wordt steeds beschouwd als een overtreding, zoals genoemd in categorie III. Een vierde overtreding binnen een jaar van categorie I wordt steeds beschouwd als een overtreding, zoals genoemd in categorie IV. Een derde overtreding binnen een jaar van categorie II of van verschillende categorieën wordt steeds beschouwd als een overtreding, zoals genoemd in categorie IV.
Artikel 11
Behalve de Exploitant zijn de havenmeester, de manager operationele dienst, de operationeel manager, de airside safety coördinator, de shiftleader operations en/of de airport operations officer bevoegd sancties op basis van dit reglement aan overtreders op te leggen.
Artikel 12
De Exploitant heeft een sanctioneringscommissie ingesteld, bestaande uit de manager operationele dienst en de manager airport security.
Artikel 13
De sanctioneringscommissie hoort degene die heeft gesanctioneerd, alsmede de overtreder en diens leidinggevende en neemt nadat deze zijn gehoord binnen twee weken een beslissing.
Artikel 14
Van de beslissing van de sanctioneringscommissie is geen beroep mogelijk.
Download de lijst met overtredingen »
Download de miniposter » |