Geluidszone

De geluidszone is onder meer bepalend voor de aard en omvang van de bebouwing in de gebieden rondom de luchthaven. Zo mag in de directe nabijheid van de luchthaven geen ‘gevoelige’ bebouwing zoals woningen plaatsvinden, waardoor wel veel groen en bijvoorbeeld sportvelden in de directe omgeving van de luchthaven mogelijk worden. Rotterdam The Hague Airport is middels de Regeling Burger en Militaire luchthaven (RBML) overgaan naar de wet luchtvaart. Het RBML maakt de invoering van de nieuwe Europese geluidsmaatregelen mogelijk. Met de geluidsmodellen worden verschillende geluidsbronnen met elkaar vergeleken worden (zowel binnen Nederland als binnen Europa).

Slotcoördinatie

Rotterdam The Hague Airport is er verantwoordelijk voor dat de geluidszone niet wordt overschreden. Omdat de vraag naar luchtvervoer (met grote vliegtuigen) veel groter is dan in de huidige geluidszone past, heeft Rotterdam The Hague Airport in maart 2004 slotcoördinatie aangevraagd. Hierbij zorgt een onafhankelijke instelling, de Stichting Airport Coördination Netherlands, ervoor dat de spaarzaam beschikbare (geluids)capaciteit op basis van internationale regels onder de luchtvaartmaatschappijen verdeeld wordt. Dit gebeurt door het uitgeven van slots; toestemming om te mogen landen of starten op een bepaald tijdstip. De stichting doet dit werk ook voor Schiphol en Eindhoven Airport. Jaarlijks worden als gevolg hiervan vele aanvragen afgewezen. Een bekend voorbeeld hiervan zijn bijvoorbeeld de vluchten voor voetbalclub Feyenoord.

Vertrekroutes en tolerantiegebieden

Verkeersvliegtuigen die vanaf Rotterdam The Hague Airport vertrekken maken gebruik van zeven vaste vertrekroutes. Deze vertrekroutes kunnen gezien worden als opritten naar de snelwegen in het luchtruim. De vertrekroutes zijn zo geplaatst dat ze, waar mogelijk, bebouwde gebieden vermijden. Slechts wanneer het om vliegtechnische redenen onvermijdelijk is, zal van de vaste vertrekroutes worden afgeweken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij slechte weersomstandigheden. Het gebied waarin een vliegtuig zich mag begeven tijdens het vertrek, noemt men het tolerantiegebied. De randen van dit gebied vormen als het ware de bermen van de oprit. Niet alle typen vliegtuigen kunnen een bocht binnen dezelfde bermen vliegen. Ter vergelijking: een fiets heeft minder ruimte nodig om een bocht om te gaan dan een vrachtauto. Daarom wordt per vertrekkend vliegtuig(type) een tolerantiegebied vastgelegd.