DME & KME 

Bij de verbranding van brandstoffen zoals diesel in motoren en kerosine in vliegtuigmotoren komen dieselmotoremissies (DME) en kerosinemotoremissies (KME) vrij. 

  • Dieselmotoremissie (DME): Uitlaatgassen en roetdeeltjes die vrijkomen bij de verbranding van diesel in motoren. Deze emissies bevatten schadelijke gassen en fijnstof, die slecht zijn voor gezondheid en milieu. 
  • Kerosinemotoremissies (KME): Uitlaatgassen en roetdeeltjes die vrijkomen bij de verbranding van kerosine in vliegtuigmotoren. Deze emissies bevatten schadelijke gassen, ultrafijnstof en roetdeeltjes, die slecht zijn voor gezondheid en milieu. 

Onderzoek 

Rotterdam The Hague Airport hecht veel belang aan een veilige en gezonde werkomgeving en heeft TNO (Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek) opdracht gegeven om emissie-blootstellingsmetingen uit te voeren op de luchthaven.  

Lees daar hier meer over: Rotterdam The Hague Airport zet in op verbetering luchtkwaliteit voor medewerkers – Rotterdam The Hague Airport 

Programma emissiereductie 

RTHA werkt aan een programma waarbij de nadruk ligt op het verminderen van de uitstoot van vliegtuig- en voertuigemissies en het verminderen van blootstelling aan deze uitstoot. 

Acties en maatregelen 

  • Elektrische voertuigen op de grond We elektrificeren grondmaterieel en overige voertuigen op het hoofdplatform, waardoor het gebruik van dieselmotoren afneemt. Denk aan voertuigen zoals bagagewagens en kleine transportmiddelen: vanaf begin 2025 is meer dan 80% hiervan volledig elektrisch. Voor groot materieel – zoals brandweerwagens (crashtenders), tankwagens, sneeuwruimers en brandstoftrucks – is dit lastiger. Ze hebben veel kracht nodig, zijn zwaar en moeten altijd inzetbaar zijn. Samen met Shell wordt er momenteel gewerkt aan speciale brandstoftrucks die geen uitstoot meer veroorzaken. 
  • HVO100-brandstof De voertuigen die (nog) niet elektrisch kunnen zijn, rijden op HVO100-brandstof. Dat is een duurzamere brandstof gemaakt van restproducten van planten en dieren. Het gebruik van HVO100 vermindert de uitstoot van CO₂ met ongeveer 90%, de hoeveelheid fijnstof met 33% en stikstof met 9% vergeleken met gewone diesel. 
  • Auxiliary Power Unit (APU) De Auxiliary Power Unit is een hulpmotor in het vliegtuig die stroom levert wanneer het toestel op het platform geparkeerd staat. Dankzij nieuwe regels en samenwerking met luchtvaartmaatschappijen en hun piloten wordt het gebruik van de APU op RTHA geminimaliseerd. 
  • Taxiën op één motor Wanneer vliegtuigen na de landing naar hun parkeerplek rijden of voor vertrek naar de startbaan taxiën, gebruiken ze vaak meerdere motoren. Op RTHA is nu de regel dat dit zoveel mogelijk met slechts één motor gebeurt. Zo wordt het brandstofverbruik en de uitstoot tijdens taxiën flink verminderd. 
  • Beschermende mondkapjes Om personeel op het platform zo goed mogelijk te beschermen tegen blootstelling aan ultrafijn stof zijn er verschillende maatregelen getroffen. Zo zijn er aanbevelingen gedaan over betere werkposities op het platform en wordt het personeel geadviseerd om op het platform beschermende mondkapjes te dragen.

Weten en delen 

Om de uitstoot van emissies te verminderen, is kennis essentieel. RTHA werkt daarom samen met deskundigen van TNO, Schiphol en andere kennisinstellingen. Deze samenwerking geeft inzicht in de aard, verspreiding en gezondheidseffecten. 

De uitkomsten worden gedeeld met medewerkers, beleidsmakers en luchthavens, zodat de kennis direct kan worden toegepast. Door ook gegevens en ervaringen uit te wisselen met universiteiten en overheden vergroten we gezamenlijk het begrip van deze emissies. Dit vormt de basis voor maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren en de gezondheid beschermen.