‘Alle zakenmannen lagen op hun knieën om mijn parels op te rapen’
Ella vloog 47 jaar bij Transavia en is inmiddels drie jaar met pensioen. Helemaal afscheid nemen van de luchtvaart doet ze niet: af en toe werkt ze nog achter de informatiebalie en in de Prima Vista Lounge op Rotterdam The Hague Airport. Cynthia werkt al ruim negen jaar in de luchtvaart en vliegt inmiddels als purser bij TUI op de Boeing 737. Twee generaties stewardessen delen hun herinneringen aan het vliegen. Van huwelijksaanzoeken en verliefde passagiers tot een kapotte parelketting en een verkeerde bestemming aan boord.

‘De liefde zit soms letterlijk in de lucht’
Ella: “Als je 47 jaar hebt gevlogen, maak je natuurlijk van alles mee. Sommige momenten blijven je echt bij. Een passagier kwam tijdens de vlucht naar me toe en vroeg of hij iets mocht regelen. Hij wilde zijn partner ten huwelijk vragen en vroeg of ik daarbij kon helpen. Dat is zo’n bijzonder moment. Je bent als stewardess natuurlijk vooral bezig met veiligheid en service, maar soms mag je ook echt deel uitmaken van iemands persoonlijke verhaal.
Cynthia: “Ja, liefde in de lucht! Ik heb ook zoiets meegemaakt. Ik had bijvoorbeeld een keer twee passagiers die alleen reisden en toevallig naast elkaar zaten. Ze hadden zo’n klik tijdens de vlucht dat ze uiteindelijk besloten om te gaan daten. Dat vond ik geweldig. Dat zijn de leuke dingen van het werk. Je bent er als bemanning toch een klein onderdeel van.
Dat vind ik ook zo mooi aan vliegen: reizen verbindt mensen. Je zit met elkaar in een relatief kleine ruimte en soms voor langere tijd. Je maakt samen een reis mee en daardoor ontstaan soms bijzondere ontmoetingen.”
Ella: “Precies. En dat is misschien wel een van de mooiste kanten van dit vak.”
‘Een wing uit 1978 en een parelketting door het vliegtuig’
Ella: “Ik heb thuis ook nog allemaal spullen uit mijn begintijd. Ik heb bijvoorbeeld een foto van het moment waarop ik het speldje, mijn wing, opgespeld kreeg. Die wing heb ik nog steeds. Die kreeg ik in 1978, toen ik begon met vliegen.
Dat is wel een groot verschil met nu. Vroeger maakte je foto’s, liet je ze ontwikkelen en moest je soms een week wachten voordat je wist hoe ze waren geworden. Nu maak je met je telefoon in een paar seconden een foto en zie je meteen het resultaat. Andere tijden.”
Cynthia: “Dat soort dingen vind ik juist zo leuk om te horen. Je kunt aan zo’n foto en zo’n wing echt zien hoe lang iemand al in het vak zit.”
Ella: “En soms levert zo’n oud voorwerp ook weer een nieuw verhaal op. Ik droeg tijdens het vliegen altijd een parelketting. Op een vlucht van Amsterdam naar Londen Gatwick, in Business Class, stond ik vooraan demonstraties te doen. Tijdens het taxiën breekt ineens mijn parelketting. Alle parels rolden over de vloer.
En weet je wat er toen gebeurde? Alle zakenmannen in driedelig grijs, met stropdassen en al, gingen op hun knieën om mijn parels op te rapen. Aan het einde van de vlucht had ik ze allemaal weer terug en kon ik mijn ketting opnieuw maken. Dat was echt zo’n moment waarvan je denkt: dit verzin je niet.”
Cynthia: “Dat is echt een geweldig verhaal. Ik heb ook wel eens een moment gehad waarop ik achteraf vooral kon lachen. Ik heb ooit als purser voorin de verkeerde bestemming omgeroepen. Alle passagiers raakten een beetje in paniek en dachten: gaan we naar een andere luchthaven? Ik dacht alleen maar: oeps.
Gelukkig kon ik het snel herstellen en kan ik er nu vooral om lachen. Ze luisterden in ieder geval wel ontzettend goed. Ik had meteen ieders aandacht.”
Ella: “Dat is dan ook weer een voordeel.”
‘Een stewardess holt nooit’
Ella: “Toen ik in 1978 aan mijn opleiding begon, hadden we ook een dame bij de kwaliteitscontrole, ik zie haar nog zo voor me. Zij zei tijdens trainingen altijd tegen ons: ‘Een stewardess holt nooit.’ Want als een stewardess gaat rennen, denken passagiers meteen: oei, er is iets aan de hand. Die uitspraak is me altijd bijgebleven.
Natuurlijk heb je ook moeilijke momenten, maar als stewardess moet je rust uitstralen. Passagiers kijken naar jou. Je moet zorgen dat zij vertrouwen houden, ook als het spannend wordt.”
Cynthia: “Dat herken ik heel erg. Uiteindelijk draait het niet alleen om het vliegen zelf. Je bent er voor de passagiers en je moet altijd professioneel blijven. Maar juist daardoor maak je ook heel veel mooie momenten mee.”
Ella: “En je kunt echt iets voor mensen betekenen. Als iemand bijvoorbeeld niet zo lekker zat, gaf je een extra kussentje of maakte je even een praatje. Met kleine kinderen vond ik dat ook altijd leuk. Soms kon je een baby even vasthouden, zodat een ouder de handen vrij had om naar het toilet te gaan of zich met een ander kind bezig te houden.
“We hadden vroeger zelfs speciale Transavia-speeltjes voor kinderen. Soms mochten ze, met een mijn uniformhoedje en een sjaaltje om, even helpen achter de trolley. We deelden dan samen wat uit aan de passagiers. Het waren kleine dingen, maar voor zo’n kind was dat natuurlijk een geweldige ervaring.”
‘Eén week Kenia’
Cynthia: “Wat was eigenlijk jouw favoriete bestemming?”
Ella: “Toen ik begon hadden we veel langere stops. We bleven soms een dag of meerdere dagen op een bestemming. Kenia was toen mijn favoriete bestemming. Daar mochten we een week blijven.”
Cynthia: “Een week? Dat klinkt wel heel anders dan tegenwoordig. Mijn bestemmingen zijn nu veel korter. Ik vlieg bijvoorbeeld vooral naar Curaçao en daar hebben we één nachtstop. Dat is natuurlijk ook heerlijk, maar je bent wel sneller weer thuis.”
Ella: “Ja, dat was vroeger echt anders. Mijn vierde vlucht was naar Palma de Mallorca. Dat was een ad-hocvlucht die speciaal was ingehuurd en we mochten van vrijdag tot en met maandag blijven. Ik dacht toen echt: als het zo begint, komt het wel goed.
Later heb ik ook veel naar Dubai gevlogen. Daar hadden we een nachtstop van twee dagen. Dat vond ik ook altijd een geweldige bestemming.”
Cynthia: “Dat is ook een van de mooie kanten van het werk. Je komt op plekken waar je zelf misschien niet zo snel naartoe zou gaan. Ik heb dat bijvoorbeeld met de Dominicaanse Republiek. Je kunt er natuurlijk op vakantie gaan, maar het is toch bijzonder als je er via je werk terechtkomt.
Je ziet niet alleen verschillende landen, maar ook andere culturen en mensen. Het vliegen is daardoor heel afwisselend. Dat is voor mij nog steeds een van de grootste voordelen van het vak.”
‘Het zit nog steeds in je bloed’
Ella: “Ik heb mijn werk altijd met ontzettend veel trots en plezier gedaan. Na 47 jaar vliegen ben ik nu met pensioen, maar helemaal afscheid nemen van de luchtvaart doe ik niet. Ik werk af en toe nog bij de informatiebalie en in de premiumlounge op Rotterdam The Hague Airport. Zo houd ik contact met passagiers en collega’s en blijf ik toch verbonden met de luchtvaart.
Ik mag helaas niet meer vliegen, omdat dat in de cao zo is bepaald. Dat vind ik jammer, maar op deze manier ben ik toch nog een beetje onderdeel van de wereld waarin ik zo lang heb gewerkt. En eerlijk gezegd: het gaat er volgens mij ook niet meer uit. Het zit in je bloed.”
Cynthia: “Dat herken ik. Ik werk inmiddels ruim negen jaar in de luchtvaart en krijg er nog steeds iedere dag veel plezier van. Ik ben inmiddels een paar jaar purser op de 737 en dat vind ik ontzettend leuk. Je kunt daarin meer je eigen vlucht maken, samen met de cabinecrew en de cockpit. Dat geeft weer een andere verantwoordelijkheid.
Ik hoop dan ook dat ik dit nog heel lang mag doen. Nog veel vliegen, veel mensen ontmoeten en vooral veel nieuwe bestemmingen ontdekken.”
Ella: “Dan wens ik je nog heel veel happy landings.”
Cynthia: “Dank je wel! En als je het zo bekijkt: Rotterdam The Hague Airport bestaat dit jaar 70 jaar. Jij bent daar met jouw 47 jaar in de luchtvaart natuurlijk een enorm groot onderdeel van.”
Ella: “Ja, en weet je wat grappig is? Ik ben zeven dagen ouder dan de luchthaven zelf!”
Cynthia: “Echt waar?”
Ella: “Ja, echt! Dus als de luchthaven 70 wordt, word ik dat ook bijna. Ik vind het wel heel bijzonder dat we al die jaren met de luchtvaart verbonden zijn geweest.”
Cynthia: “Dat is wel een heel mooie afsluiter.”