Artikel

‘Vroeger moesten we met ons hoofd door een luik om de monitor te bedienen’ 

17 september 2026

Arie werkte 35 jaar bij de luchthavenbrandweer van Rotterdam The Hague Airport en ging 24 jaar geleden met pensioen. Stefan staat juist aan het begin van zijn carrière en draait inmiddels twee jaar mee in de 24-uursdiensten. Voor onze 70e verjaardag brengen we oud-collega’s en huidige collega’s samen die hetzelfde vak uitoefenen, maar in een andere tijd zijn begonnen. In de jaren tussen hen veranderde er veel: de brandweerwagens werden groter, de techniek geavanceerder en de bescherming beter. Maar als de twee samen terug- en vooruitkijken, blijkt vooral één ding hetzelfde gebleven: de sterke band tussen collega’s. 

‘Wat zijn die wagens veranderd’ 

Arie: “Het is inmiddels 24 jaar geleden dat ik met pensioen ging, maar ik heb hier 35 jaar lang met ontzettend veel plezier gewerkt. Als ik nu naar deze wagens kijk, moet ik wel even twee keer kijken. Wat zijn ze veranderd. De voertuigen die wij vroeger hadden, waren natuurlijk ook indrukwekkend voor die tijd, maar vergeleken met wat hier nu staat, waren het bijna andere werelden.

Deze wagens zijn groter, krachtiger en veel luxer uitgevoerd. En als je alleen al naar de cabine kijkt: al die knopjes en schermen, dat hadden wij vroeger absoluut niet. De hele bediening is veranderd. Hoe werkt dat tegenwoordig eigenlijk met die monitor boven op het dak?” 

Stefan: “Die bedienen we vanuit de cabine met een joystick. We kunnen de monitor daarmee alle kanten op sturen en ook de straal bedienen. Alles gebeurt dus vanuit de wagen. Dat is niet alleen een stuk makkelijker, maar vooral ook veiliger. Je hoeft tijdens een inzet niet meer naar buiten om bepaalde handelingen te verrichten. En de capaciteit van de voertuigen is ook flink toegenomen. We hebben hier drie van deze crashtenders staan en iedere wagen heeft 10.000 liter water aan boord, 1.200 liter schuimvormend middel en 250 kilo bluspoeder. Dat zit allemaal op één voertuig. Hoeveel blusstof hadden jullie vroeger eigenlijk bij je?” 

Arie: “Dat was een stuk minder. Wij hadden destijds zelfs nog een aparte poederwagen om met poeder te kunnen blussen. Als je dan ziet dat het tegenwoordig allemaal in één voertuig zit, is dat echt een enorme ontwikkeling. Ook de monitoren zelf waren veel minder flexibel. Onze eerste wagens konden ongeveer 40 tot 50 meter ver spuiten en de monitoren zaten veel lager. Nu kunnen jullie, afhankelijk van de weersomstandigheden, ongeveer 65 meter halen. Dat is een behoorlijk verschil. En die wagens zijn natuurlijk niet alleen groter vanwege de hoeveelheid blusstof. Er moet tegenwoordig ook veel meer materiaal mee. Wat hebben jullie allemaal in die luiken aan de zijkant zitten?” 

Stefan: “Eigenlijk alles wat we nodig kunnen hebben. Iedere wagen is volledig identiek ingericht, zodat je op ieder voertuig precies weet waar je materiaal kunt vinden. We hebben bijvoorbeeld hydraulisch redgereedschap, zoals een spreider en een schaar. En op de arm van de monitor zit ook een speciale piercing tool. Daarmee kunnen we door de romp van een vliegtuig heen om direct van buitenaf binnenin te kunnen blussen.” 

Arie: “Dat vind ik echt bijzonder om te zien. Ik had er vroeger wel eens over gehoord dat ze met zoiets bezig waren, maar ik heb het nooit in de praktijk gezien. Wij moesten in mijn begintijd veel eenvoudiger te werk gaan. Als we iemand uit een toestel moesten bevrijden, gebruikten we bijvoorbeeld een breekijzer en een soort bijl. Je kunt je bijna niet voorstellen dat je daarmee een vliegtuig in moest. Tegenwoordig hebben jullie hydraulisch gereedschap en zo’n piercing tool. Dat maakt het werk niet alleen efficiënter, maar geeft je ook veel meer mogelijkheden om mensen veilig uit een toestel te krijgen. Wordt die piercing tool eigenlijk vaak gebruikt?” 

Stefan: “Gelukkig in de praktijk nog niet vaak. We oefenen er wel regelmatig mee op onze brandweer-oefenplaats. Daar staat een speciale opstelling voor, omdat je er natuurlijk goed mee moet leren werken. Het ziet er misschien eenvoudig uit als je het iemand ziet bedienen, maar je moet precies weten wat je doet.” 

Arie: “Dat kan ik me voorstellen. En dat is misschien ook wel een van de grootste verschillen tussen vroeger en nu: de techniek neemt veel werk over, maar je moet als brandweerman nog steeds precies weten wat je doet. Uiteindelijk moet je in een noodsituatie blind kunnen vertrouwen op je materiaal en op elkaar.” 

Stefan: “Dat laatste herken ik heel erg. Ik werk hier nu bijna twee jaar en heb eerst een intensieve opleiding van acht maanden gevolgd voor manschap, IBL, chauffeur en pompbediening. Sinds augustus vorig jaar draai ik volledig mee in de 24-uursdiensten. Ik heb het echt enorm naar mijn zin. Hoe bent u destijds eigenlijk bij de luchthavenbrandweer terechtgekomen?” 

Arie: “Ik was vrijwilliger bij de brandweer in Overschie. Onze officier was hier commandant en die vroeg mij om bij de luchthavenbrandweer te komen werken. Ik moest natuurlijk nog wel officieel solliciteren, maar ik werd gelukkig meteen aangenomen. En daar heb ik eigenlijk nooit spijt van gehad. In die 35 jaar ben ik doorgegroeid tot brandmeester en hoofdbrandmeester en heb ik via de Luchtmacht nog aanvullende officiersopleidingen gedaan. Het was voor mij veel meer dan gewoon een baan. Je werkt hier zo intensief met elkaar samen dat je een heel sterke band opbouwt.” 

‘Als het alarm gaat, staat iedereen er’ 

Stefan: “Die band herken ik nu nog steeds. We draaien ook 24-uursdiensten en wonen tijdens zo’n dienst eigenlijk een beetje met elkaar samen. We koken, eten, sporten en wassen samen. Natuurlijk worden er de hele dag grappen met elkaar uitgehaald. Soms haalt iemand een grap uit met de was en kom je er pas achter dat er in al je kleding een gigantische knoop is gelegd als je het weer aantrekt. Maar zodra het alarm gaat, verandert alles. Dan gaat de knop om en staat iedereen er.” 

Arie: “Dat was vroeger precies hetzelfde. We haalden ook flinke rotgeintjes met elkaar uit. Iemands bed ondersteboven zetten bijvoorbeeld, of het bed compleet onder de douche zetten. Maar dat kon ook alleen omdat je elkaar volledig vertrouwde. Je brengt zoveel tijd samen door en je maakt soms ook heftige dingen mee. Als je in een vuurhaard staat, ziet de collega achter je dingen die jij niet ziet. Je moet er blind op kunnen vertrouwen dat diegene achter je oplet. Die kameraadschap is daarom niet alleen gezellig, maar echt onderdeel van het vak.” 

Stefan: “Heeft u in die 35 jaar veel incidenten meegemaakt die u altijd zijn bijgebleven?” 

Arie: “Ja, absoluut. Er zijn er twee die ik nooit meer vergeet. Eén liep gelukkig goed af en daar moet ik achteraf soms nog steeds om lachen, hoe bizar het ook klinkt. Het ging om een vrachtvliegtuig vol paprika’s dat tijdens een zware sneeuwbui doorschoot over de landingsbaan. De vliegers hadden nog nooit sneeuw gezien en waren compleet overweldigd. Door de impact was de hele lading paprika’s naar voren geschoven, tegen de cockpitdeur aan. Wij moesten die paprika’s eerst naar achteren duwen voordat we de bemanning veilig konden evacueren. Ze stonden uiteindelijk met hun voeten in de sneeuw en wisten niet wat ze zagen. Dat zijn van die situaties die je je hele leven onthoudt.” 

Stefan: “Dat is inderdaad een verhaal dat je niet snel vergeet. Maar u heeft ook een incident meegemaakt dat heel anders afliep.” 

Arie: “Ja. Dat was op Koninginnedag, met een klein vliegtuigje dat een reclamebanner achter zich aan trok. Tijdens een manoeuvre op lage hoogte ging het mis en stortte het toestel neer. Wij waren er snel bij, maar helaas was er niets meer aan te redden. Samen met een collega heb ik de vlieger uit het toestel gehaald. Dat heeft diepe indruk op ons gemaakt. We hebben er daarna veel met elkaar over gesproken om het te kunnen verwerken.” 

Stefan: “Dat geloof ik meteen. Gelukkig is er tegenwoordig veel meer aandacht voor nazorg en collegiale ondersteuning. Je kunt als brandweerman natuurlijk getraind zijn om tijdens een incident te handelen, maar wat er daarna met je gebeurt, is minstens zo belangrijk.” 

‘In onze tijd zweette je als een reiger’ 

Arie: “Ook op het gebied van bescherming is er ontzettend veel veranderd. In onze tijd liepen we in zware wollen bluspakken waarin je zweette als een reiger. Als ik nu zie wat jullie dragen, is dat echt een wereld van verschil.” 

Stefan: “Wilt u onze nieuwste helm eens proberen? Deze heeft een volledig ingebouwd communicatiesysteem.” 

Arie: “Nou, dat wil ik wel eens proberen.” 

Stefan: “En?” 

Arie: “Die sluit een stuk beter en vaster om je hoofd heen. Je voelt je direct veel meer beschermd. Wij hadden vroeger een simpel plastic vizier en van die grote losse nekflappen die eigenlijk vooral in de weg zaten. En die ingebouwde radio vind ik helemaal geweldig. Tijdens een inzet misten wij vroeger regelmatig communicatie met elkaar. Je hoorde gewoon niet altijd wat er gebeurde. Met zo’n systeem heb je dat veel beter onder controle.” 

Stefan: “Mooi om te horen dat u dat verschil zo duidelijk merkt. Als u nu terugkijkt op die 35 jaar, mist u het werk dan nog wel eens?” 

Arie: “Het werk zelf op een gegeven moment niet meer. Je leeft uiteindelijk echt toe naar de dag dat je stopt. Maar wat ik in het begin ontzettend heb gemist, was de ploeg. Het dagelijkse contact, samen werken, samen eten, de grappen. Je bent zo gewend om met elkaar op te trekken dat het ineens stil is. Gelukkig heb ik thuis nog veel mooie herinneringen. Mijn oorkondes van mijn 25- en 35-jarig jubileum bewaar ik heel zuinig in een laadje. En als ik hier nu rondloop en zie hoeveel er technisch is veranderd, vind ik dat vooral mooi. Het laat zien hoe het vak zich heeft ontwikkeld.” 

‘Over 25 jaar zit jij hier misschien nog’ 

Arie: “En jij? Zie jij jezelf hier over 25 jaar nog zitten?” 

Stefan: “Jazeker. Ik zit hier uitstekend op mijn plek. De komende jaren wil ik vooral als manschap zoveel mogelijk praktijkervaring opdoen op de wagens. Uiteindelijk hoop ik de stap te kunnen maken naar bevelvoerder. Er zijn hier gelukkig genoeg mogelijkheden om door te groeien.” 

Arie: “Als je die kans krijgt, moet je dat absoluut doen. Als je de wil hebt, is de kans groot dat het lukt. Maar het allerbelangrijkste is dat je plezier houdt in je werk. Ik heb hier 35 jaar gewerkt en als ik één ding heb geleerd, is het wel dat je vooral moet zorgen dat je met plezier naar je werk blijft gaan.” 

Stefan: “Dat ga ik zeker onthouden. En ik denk dat dat ook mooi laat zien wat er in al die jaren eigenlijk niet veranderd is.” 

Arie: “De techniek misschien wel, maar de mentaliteit van de mensen en het manschap niet.” 

Stefan: “Precies. En dat is misschien wel het belangrijkste.” 

Arie: “Dan hebben we na 70 jaar Rotterdam The Hague Airport wel een gebakje verdiend.” 

Stefan: “Daar kan ik me volledig in vinden.” 

Bekijk het hele gesprek in deze video